Cricula trifenestrata

Cricula trifenestrata is een makkelijk te houden soort vlinder met een grappig harig soort rups.
Hieronder volgt een caresheet over de verzorging van deze vlinders en de rupsen.

Cricula trifenestrata

Imago Cricula trifenestrata vrouwtje, van bovenzijde

Cricula trifenestrata

Imago Cricula trifenestrata vrouwtje, van onderzijde

 

Cricula trifenestrata
Cricula trifenestrata wordt zo genoemd omdat het drie vensters in haar vleugels heeft (tri = drie en fenestrata = vensters). De vensters zijn drie plekjes die helemaal doorzichtig zijn.
Ze komt komt van nature voor in India, de Filipijnen en Java.

Uiterlijk
Dit soort vlinder is oranje, met verschillende tinten bruin en een hele mooie rechte streep over de vleugels. De onderste vleugels hebben een paars-roze waas. Het lijfje is behaard en oranje.
De vlinders worden tot 9 cm in spanwijdte.
De rupsjes zijn ook erg leuk. Ze worden erg klein (0,5 cm) en geel met een heel klein beetje haar en met een zwart kopje geboren. Als ze groter worden, worden ze rood met wit en zwart gestreept en krijgen ze lange witte haren over het hele lijf. Een prachtige kleurencombinatie!

 

Cricula trifenestrata

Imago Cricula trifenestrata mannetje, van bovenzijde

 

Voedsel
De rupsjes eten heel veel verschillende soorten planten. Je kan ze voeren met één soort of met meerdere, maar het liefst rododendron. Ze eten blaadjes van: rododendron, eik, wilg, treurwilg, pruim, walnoot, appel en waarschijnlijk nog veel meer bladsoorten. De volwassen vlinders eten helemaal niet. Ze hebben namelijk geen mond! Dat is dus erg makkelijk verzorgen. Een gevolg van het niet eten is dat ze ook niet lang leven.

 

 

Gedrag
De rupsen eten het grootste gedeelte van hun tijd, in het begin is dat best weinig maar later kunnen we toch wel flink vreten!
De rupsen vervellen ook een aantal keer: ze zetten dan hun pootjes vast op de ondergrond en lopen dan ongeveer uit hun oude huidje (die vast zit aan de ondergrond). Als ze verpoppen, spinnen ze een gele cocon. Daarbinnen worden de rupsen pop. Een pop is lichtbruin en wordt donkerder als hij zich verder ontwikkeld.
De rupsen worden ongeveer 6 cm lang voordat ze gaan verpoppen!
De vlinders kunnen vliegen.  Je mag ze NOOIT bij de vleugels vastpakken omdat die erg breekbaar zijn, je kan de vlinder wel aantikken bij de pootjes en hem zo op je hand laten stappen. Meestal zijn ze heel rustig. Soms kunnen ze zich laten vallen met de pootjes ingetrokken, dan doen ze of ze dood zijn.
De rupsen en vlinders kunnen niet bijten of steken, ze zijn geheel ongevaarlijk.

 

Omgevingseisen
De ideale temperatuur is ongeveer 25 °C, maar kamertemperatuur is prima. ’s Nachts mag het iets koeler zijn dan overdag.
Rupsen moeten nooit te vochtig zitten, omdat ze dan problemen krijgen met infecties. Als de blaadjes die je ze geeft een beetje vochtig zijn is het goed. Ze moeten ook niet kurkdroog zitten namelijk.
Een geschikt verblijf voor de rupsen is een plastic bak met veel ventilatie. Bijvoorbeeld door een deksel van gaas of een zijwand van gaas. Je kan er een bekertje water in zetten om de takjes vers te houden, maar je kan ze ook neerleggen en ze weghalen als ze verdort zijn (of opgegeten). Op de bodem leg je tissues. Je moet die 1x per dag verschonen (gewoon de oude weggooien en een nieuwe neerleggen).

 

De poppen kan je ophangen aan hun cocon (een draadje door het zijde van hun cocon steken), met een puntige kant naar boven. Steek het draadje door maar een paar zijdefraadjes van de pop, zodat het de vlinder niet hindert als hij eruit wil komen.  Ze gaan aan de pop hangen als ze uitkomen, dan pompen ze hun vleugels op en laten die drogen. De pas uitgekomen vlinders moeten gaas langs minstens een wand van het verblijf hebben, om aan omhoog te klimmen als ze gevallen zijn of op een of andere reden dicht bij de grond verpopten. Het verblijf voor de vlinders moet minstens 40 x 40 x 40 cm zijn, liefst nog groter. Hoe groter hoe beter.
De vlinders moeten een beetje ruimte hebben. Ze kunnen niet in een glazen of plastic verblijf, omdat ze niet door hebben dat ze daar niet doorheen kunnen. Ze gaan dan constant tegen het glas aanvliegen en beschadigen hun vleugels daarmee. Een kooi met tralies kleiner dan 2 x 2 cm is goed. Een frame met gaas eromheen is ook heel handig. Je kan zelf ook een kooi maken, door een kartonnen doos te nemen en aan de zijkant en bovenkant een gat te maken. Die dek je dan af met horregaas (bijv. te koop bij Xenos).

 

Cricula trifenestrata

Imago Cricula trifenestrata mannetje, van onderzijde

 

 

Ontwikkelingsduur
De eitjes doen er ongeveer 10 dagen over om uit te komen.
De rupsjes eten ongeveer een maand lang, totdat ze verpoppen.
De pop ontwikkeld zich in 3 weken tot vlinder.
De vlinder leeft dan nog ongeveer een week.

 

Voortplanting
De mannetjes van dit soort zijn te herkennen aan hun kleinere gestalte en puntiger achterlijf. De vrouwtjes zijn duidelijk groter met bredere vleugels en een ronder achterlijf.
De dieren gaan bijna direct paren als ze uit hun cocon komen. Het vrouwtje verspreid feromonen waar het mannetje op af komt. Je hoeft verder niks te doen om ze te laten paren.
Het vrouwtje legt wel 200 tot 300 eieren in haar leven.
Het is niet de bedoeling dat de vlinders of de eitjes in de natuur losgelaten worden. Dit soort is niet Nederlands dus het kan de natuur verstoren. Als je teveel eitjes hebt om voor te zorgen kan je ze weggeven of in de vriezer doen zodat ze sterven.

 

Cricula trifenestrata

De goudgele cocon van een Cricula trifenestrata.

-->