Sissende Kakkerlakken

De sissende kakkerlak Gromphadorhina portentosa is een van de bekendste en meest gehouden soorten kakkerlakken als huisdier. In het Engels worden ze Madagascar Hissing Cockroach genoemd. Ze komen dan ook voor op Madagascar, en waarom ze sissende kakkerlakken heten is ook snel duidelijk: als je ze vast pakt laten ze een sterk sissend geluid horen!
Ze zijn bruin-zwart met zwarte pootjes, lange voelsprieten en breed rugschild en kunnen tot wel 8 cm lang worden!
Lees hier alles over dit bijzondere insect als huisdier.
Sissende kakkerlakEen sissende kakkerlak mannetje.

Introductie
De Latijnse naam voor deze sissende kakkerlak is Gromphadorhina portentosa, maar vaak worden veel andere soorten kakkerlakken die sissen ook sissende kakkerlak genoemd. Daarom gaat deze caresheet over alle soorten sissende kakkerlak, dus ook bijvoorbeeld Princisia vanwerebecki. De kleuren van die soorten wijken wel wat af van de kleuren van de hier beschreven “echte” sissende kakkerlak Gromphadorhina portentosa.
Van nature leven sissende kakkerlakken in de tropische bossen van Madagascar. Ze scharrelen daar ‘s nachts op de grond rond. Ze gebruiken hun sissende geluid om roofdieren af te schrikken. Ze eten daar rottende bladeren en andere afvalproducten van het bos.
Sissende kakkerlakken lijken van alle kakkerlakken het meeste op de oeroude kakkerlakken die 300 miljoen jaar geleden leefden. Hun bouw en uiterlijk zijn in al die tijd nauwelijks veranderd, blijkbaar zijn ze prima zoals ze nu zijn. Sissende kakkerlakken zijn dus eigenlijk een levend fossiel.

Uiterlijk
Sissende kakkerlakken zijn bruin met zwart van kleur. De kop, poten, onderkant en een deel van het lichaam is zwart, maar de bovenkant van het achtelrijf en rug is roodbruin. Ze hebben geen vleugels.
Ze zijn er verder uit als de karakteristieke kakkerlak: een hoofd verscholen onder het rugschild en zes stevige poten. Dit soort heeft echter een bijzonder rugschild: de mannetjes hebben drie sterke knobbels op hun rugschild waarmee ze kunnen vechten met andere mannetjes. Ze duwen de knobbels dan tegen de andere man en houden zo een duwwedstrijd.
Gedrag
Sissende kakkerlakken staan natuurlijk bekend om hun sissende geluid. Als ze zich bedreigd voelen of opgepakt worden zullen ze een sissend geluid laten horen. Dit scherpe sissende geluid wordt veroorzaakt door lucht uit hun tracheeën te persen. Een insect haalt adem met deze tracheeën, het zijn kleine buisjes die vanuit de zijkant van het achterlijf naar zijn lichaam lopen. Door zijn achterlijf samen te knijpen wordt de lucht ineens met een sissend geluid uit deze tracheeën geduwd. Sissende kakkerlakken zijn vrijwel de enige insecten die op deze manier geluid maken, de meesten gebruiken vleugels of poten die ze tegen elkaar aan wrijven.
Sissende kakkerlakken zijn verder van zichzelf rustig, alleen als ze zich bedreigd voelen kunnen ze hard rennen. Ze kunnen moeiteloos tegen glas, plastic of ruwe oppervlakten omhoog lopen. Daarom is het belangrijk dat het verblijf ontsnappingsproof is.
Sissende kakkerlakken zijn ‘s avonds en ‘s nachts actief.
Voedsel
Kakkerlakken staan bekend om hun vermogen om van vanalles te leven. Sissende kakkerlakken zijn net zo, hoewel je voor een gezonde populatie die veel jongen kweekt wel wat zorg moet besteden aan het voedsel. Als goed voedsel kan je het volgende geven: stukjes appel, stukjes banaan, stukjes sinaasappel, wortel, tomaat, aardbei, peer, meloen, komkommer, visvoer, kattenbrokjes en gekookte pasta. Zorg dat ze altijd vers voedsel tot hun beschikking hebben. Haal het voedsel weg als het gaat rotten.
Sissende kakkerlakken kunnen prima droog voedsel eten, maar dan moeten ze wel de beschikking hebben tot water of waterrijk voedsel. Je kan ze water aanbieden in een bakje met een spons erin, of door ze steeds verse komkommer of ander waterig fruit te geven. Een open waterbakje is niet geschikt omdat de dieren daar makkelijk in kunnen verdrinken.
Omgevingseisen
De ideale temperatuur voor sissende kakkerlakken is ongeveer 25 °C tot 30 °C.’s Nachts mag het iets koeler zijn dan overdag. Je kan beter verwarmen met een warmtematje dan met een lamp, want ze houden niet zo van licht. Het verblijf hoeft niet bevochtigd te worden.
Het verblijf kan een terrarium of een plastic bak zijn. Het verblijf moet voldoende groot zijn voor de groep die je wilt houden, in ieder geval minstens 20 x 20 cm voor een koppeltje. Groter is zeker aan te raden, omdat het bij een koppeltje vaak niet bij twee kakkerlakken blijft. Mannetjes gaan onderling vechten voor een territorium, dus het is van belang dat er genoeg plek is voor allemaal.
Op de bodem kan je zemelen, droge dode blaadjes, turf of havermout strooien. Geef de kakkerlakken voldoende plekken om te schuilen, bijvoorbeeld oude eierdozen, boomschors of kleine grotten voor in terraria. Overdag verstoppen ze zich op deze plekken.
Denk eraan dat de dieren niet moeten kunnen ontsnappen uit hun verblijf. Ze kunnen namelijk heel erg makkelijk tegen glas oplopen en zich heel plat maken. Dus een plastic bak moet een goed sluitend deksel hebben, en een terrarium moet goed afgesloten zijn. De kier tussen de schuifdeuren van een normaal terrarium is al genoeg om nimfjes te laten ontsnappen.
Voortplanting
De mannetjes zijn te onderscheiden van de vrouwtjes doordat de mannetjes grote knoppels op hun rugschild hebben. Hiermee kunnen ze onderling vechten om zo een territorium te bemachtigen.
Als nimfjes is het moeilijker te zien of je een mannetje of een vrouwtje hebt, want dan is het rugschild nog niet zo ontwikkeld. Je kan dan zien dat de mannetjes grotere en behaarde antennes ontwikkelen, terwijl de vrouwtjes dunne zwarte antennes houden.
Je kan mannetjes en vrouwtjes gewoon samen in een verblijf houden, als ze eraan toe zijn gaan ze vanzelf paren.
De eieren worden in het lichaam van het vrouwtje uitgebroed. Het lijkt dus alsof het vrouwtje net als een zoogdier levende jongen baart, maar eigenlijk legt ze dus gewoon eitjes. In één worp worden ongeveer 40 jongen “geboren”. Het duurt ongeveer 2 maanden voordat de eitjes uitkomen. Het kan voorkomen dat een vrouwtje door stress haar ootheek uitstoot. De ootheek komt dan niet meer uit.
In ongeveer een half jaar groeit een kleine nimfje uit tot volwassen kakkerlak. Bij een lagere temperatuur of weinig voedsel duurt dit wat langer. Sissende kakkerlakken worden ongeveer 2,5 jaar oud.
-->