Vochtigheid

Een goede luchtvochtigheid is voor veel wandelende takken van groot belang. Als de luchtvochtigheid te laag is, kunnen vervellingen fout aflopen. Het dier komt vast te zitten in zijn oude velletje, en droogt misvormt op. De dieren kunnen ook sterven aan watertekort als ze van nature een hoge luchtvochtigheid horen te hebben. Teveel nattigheid en weinig ventilatie kan echter resulteren in ziekte en dood.

Een goede luchtvochtigheid is te verkrijgen door een paar keer per dag of per week te sproeien met water. Dit kan gewoon kraanwater zijn uit een plantenspuit. Hoe vaak je moet sproeien hangt af van het soort. De bodem van het hok moet bedekt zijn met een bodembedekking die vocht vasthoud. Te denken valt aan vermiculiet, cocospeat, houtsnippers, aarde uit de tuin of grind. Schimmel dient meteen verwijderd te worden. Let ook op dat er geen ongedierte in de bodemlaag leeft. Zelf geef ik de voorkeur aan fijn aquariumgrind of onbemeste potgrond. Sommige wandelende takken leggen hun eitjes in de grond, deze dieren moeten per sé een laag aarde hebben als bodemsubstraat als ze volwassen zijn.

Wandelende takken halen hun drinken uit de blaadjes die ze eten en drinken soms ook de waterdruppeltjes die je op de wand van het hok en de blaadjes spuit.


Deze watersproeiers zijn erg handig om het hok vochtig te maken.