Een goede luchtvochtigheid is voor veel bidsprinkhanen van belang. De meeste soorten komen namelijk uit tropische gebieden en daar is het vaak vochtig. Bovendien kunnen bidsprinkhanen de vochtigheid van hun huid niet zelf regelen, het hangt af van de omgevingsvochtigheid. Als het om hen heen dus vochtig is, zal de huid net zo vochtig zijn, en als het droog is zal hun huid droger zijn. Niet zoals bij mensen dus, die hun huid en ogen zelf vanbinnenuit bevochtigen.
Bidsprinkhanen kunnen wel water drinken; ze drinken niet uit een bakje, maar drinken druppeltjes water van takjes en de wand van hun verblijf.
Als de luchtvochtigheid te laag is, kunnen vervellingen fout aflopen doordat het vel (exoskelet) te stug is. Het dier komt vast te zitten in zijn oude velletje, en droogt misvormt op. De dieren kunnen ook sterven aan watertekort als ze van nature een hoge luchtvochtigheid horen te hebben. Een te nat verblijf kan zorgen voor ziekte en sterfte.
Een goede luchtvochtigheid is te verkrijgen door een paar keer per dag of week te sproeien met water. Dit kan gewoon kraanwater zijn uit een plantenspuit. De bodem van het hok moet bedekt zijn met een bodembedekking die vocht vasthoud. Te denken valt aan vermiculiet, cocospeat, houtsnippers, tissues, aarde uit de tuin of grind. Pas op voor schimmel in de bodem! Schimmel dient meteen verwijderd te worden. Let ook op dat er geen ongedierte in de bodemlaag leeft. Zelf geef ik de voorkeur aan fijn aquariumgrind of houtsnippers.
Bidsprinkhanen halen hun vocht uit hun voedsel en drinken soms ook de waterdruppeltjes die je op de wand van het hok spuit. Als ze heel gretig gaan drinken elke keer als je sproeit, is het hok aan de droge kant. Maar pas op dat je niet teveel sproeit, want dat zorgt voor infecties en is dodelijk voor bidsprinkhanen. De meeste sterftes van bidsprinkhanen als huisdier zijn veroorzaakt door fouten in de (lucht)vochtigheid.